CoronavirusOm verspreiding van het coronavirus te voorkomen, nemen wij maatregelen rond de bezorging van auto’s.Meer informatie

Alles over de bandenspanning van je auto

Misschien voel je wat spanning als we over bandenspanning beginnen. Je weet nooit zeker wat de juiste bandenspanning is, het is een gepriegel om het mondstuk op het ventiel te krijgen en te houden en… nou ja, je banden oppompen is niet je favoriete bezigheid. Snappen we. Maar de bandenspanning van je auto is wél heel belangrijk.

Het lijkt heel onschuldig om met te zachte banden te rijden, maar dat is het niet. Toch maken we ons meestal drukker om of onze auto wel schoon is of goed klinkt. Maar wist je dat de juiste bandenspanning van groot belang is om veilig, lekker en zelfs goedkoper te rijden?

Wat is bandenspanning eigenlijk?

De bandenspanning is de overdruk die in je banden zit. We drukken het uit in ‘bar’: 1 bar is 1 atmosfeer en dat is dan weer de druk van de buitenlucht. Onze personenauto’s variëren ongeveer van 1,8 bar tot 3,2 bar. Elke autoband loopt langzaam leeg — zo’n twee tot vijf procent per maand. Met een klein lek of een spijker in de band, gebeurt dit nog sneller. Daarom luidt het advies: controleer elke twee maanden je bandenspanning en pomp ze op (of laat er lucht uit) als dat nodig is.

De juiste bandenspanning vinden

Wat is de juiste bandenspanning voor jouw auto? Dat is niet zo te zeggen. Je kan ‘m wel zelf vinden. In het instructieboekje van je auto, aan de binnenkant van je bestuurdersportier, het handschoenenvakje, de binnenkant van de tankdop of op de zonneklep. Gevonden? Dan controleer je je bandenmaat: die staat op de zijkant van je band. Vervolgens zoek je in die tabel de adviesspanning op. Houd er rekening mee dat voor- en achterbanden een verschillende spanning hebben.

Let op: tel altijd 0,3 bar op bij de adviesspanning als je al 15 minuten of 5 kilometer hebt gereden. Je band is dan warm en uitgezet. Pomp ook altijd je reservewiel op.

Winterbanden en bandenspanning

Voor winterbanden geldt dat ze 0,2 bar meer nodig dan de adviesspanning. De bandenspanning van winterbanden door het temperatuurverschil lager dan die van zomerbanden, daarom heb je meer bar nodig. [Meer lezen over winterbanden](https://www.auto.nl/blog/wanneer-winterbanden-eronder)?

Waarom is de juiste bandenspanning zo belangrijk?

Een veel te hoge of te lage bandenspanning heeft altijd invloed op je rijden. De juiste bandenspanning zorgt voor veilig, comfortabel en goedkoper rijden. Klopt de bandenspanning niet, dan gebruikt je auto meer brandstof en slijten je banden sneller.

Banden slijten langzamer

Een te lage bandenspanning zorgt ervoor dat je band tot wel 25 procent sneller slijt. De juiste bandenspanning slaat twee vliegen in één klap: minder bandenslijtsel in het milieu én je hoeft je banden minder snel te vervangen.

Lagere kosten

Doordat je banden minder snel slijten en je minder brandstof verbruikt met een goede bandenspanning, bespaar je op de kosten. Altijd goed.

Veiliger rijden

Een te lage bandenspanning zorgt voor een langere remweg, soms tot wel acht meter langer. Daarnaast hebben zachte banden veel minder grip op de weg, waardoor je makkelijker in een slip raakt.

Beter voor het milieu

Met de juiste bandenspanning presteren je banden het best. Dat betekent dat je brandstofverbruik het laagst is en je dus de minste CO2 uitstoot. Lekker voor je portemonnee en lekker voor het milieu.

Bandenspanning en klapbanden

Zowel een te hoge als een te lage bandenspanning zijn niet goed voor je band — ze kunnen allebei zorgen voor een klapband. Is de bandenspanning te laag, dan vervormt de band tot in het extreme en loopt de temperatuur van de band op. De lagen in de band raken van elkaar los en er ontstaat een uitstulping. Zie je dit niet op tijd, dan is de kans dat je band klapt groot. Een te hoge bandenspanning vangt belasting niet zo best op, waardoor elke oneffenheid een mokerslag is voor de band. Gebeurt dit vaak, dan beschadigt de band van binnen en is een klapband zeker niet ondenkbaar.

Waar kan je de bandenspanning controleren en hoe meet je die?

De bandenspanning controleer je bijvoorbeeld bij tankstations, de wasstraat, een garage, gemeentelijke parkeerterreinen en winkelcentra. Je meet de bandenspanning door de bandenpomp op het ventiel aan te sluiten — nadat je het ventieldopje eraf hebt gehaald — en het mondstuk er recht op te houden. Dit doe je totdat je een piepje van de pomp hoort.