Zelf een band verwisselen: zo doe je dat

Een lekke band en het idee opgevat om zelf je band te verwisselen? Stoer wel. Als je nu langs de weg aan het googelen bent naar tips voor zelf een band verwisselen, dan zit je hier prima. We loodsen je er in 6 stappen doorheen.

Misschien heb je geen lekke band, maar ga je zelf je winterbanden vervangen door zomerbanden of andersom.

1. Band verwisselen op een veilige plek

Als je een lekke band krijgt, gebeurt dat negen van de tien keer niet op de allerveiligste plek. Op de linkerbaan wil je niet op je hurken naast je auto zitten om je band te verwisselen. Maar tientallen kilometers doorrijden wil je ook niet. Zoek daarom de eerste de beste rustige plek op, zoals een parkeerplaats, tankstation of pechstrook. Sta je goed? Op een egale ondergrond? Zet dan je auto in een versnelling op de handrem (of de P-stand bij een automaat). Gebruik je een thuiskomer en is het je gelukt je band te verwisselen? Rijd dan niet harder dan 80 kilometer per uur. En ga er niet een paar honderd kilometer mee rijden, maar zorg dat je thuis of bij een garage komt.

2. Gereedschap gereed

Durf je het nog steeds aan? Dan heb je nu je gereedschap nodig. Uiteraard je reserveband, een krik, een kruissleutel, een schroevendraaier en wielmoeren.

3. Verwijder je wieldop

Heb je een wieldop over je velg? Dan haal je die er eerst af. Dit doe je door de wieldop met een schroevendraaier langzaam van de velg te wippen. Daarna draai je de wielmoeren ongeveer 1 slag los, met je kruissleutel. Het is handig dat nu al te doen, want nu is het makkelijker kracht te zetten dan wanneer de auto op de krik staat.

4. Krikken maar

Plaats de krik bij het krikpunt het dichtst bij het wiel dat je vervangt. Recht onder je auto en volgens de aanwijzingen op de krik. Nu begrijp je opeens die waarschuwingsborden voor een zachte berm.. Je wil niet dat je krik in de berm wegzakt, dus gebruik een tegel of iets anders hards als ondergrond. Nu is het tijd te krikken, totdat de autoband van de grond is gekomen. Nu draai je de wielmoeren helemaal los en verwijder je het wiel. Voor wielmoeren met diefstalbeveiliging heb je het bijbehorende sleuteltje nodig.

Als het wiel niet loskomt

Heb je alle bouten of moeren los en wil je wiel er niet af? Vooral lichtmetalen wielen zijn koppig. Monteer dan een aantal bouten of moeren en draai ze weer een slag los. Zet je auto weer met alle wielen op de grond en stuur een aantal keer en heen en weer. Eventueel rijd je een stukje vooruit en rem je. Krik je auto weer op. Grote kans dat je wiel nu wel loskomt.

5. Verwissel nu je band

Tijd voor waar dit allemaal om te doen is: het reservewiel plaatsen. Controleer of de band aansluit op de achterkant en draai de wielmoeren aan. Je zet ze nog niet helemaal vast. Dat komt bij de volgende (en laatste) stap.

6. Verwijder je krik

Laat je auto nu rustig zakken tot je reservewiel de grond raakt. Nu zet je de wielmoeren kruislings vast en draai je zo stevig aan dat het wiel niet mee kan draaien. De auto mag nu weer helemaal op zijn wielen staan. Haal de krik onder je auto vandaan en zet je wieldop — als je die hebt — er weer op.

Tip: autobanden uitbalanceren en -lijn

Goed om te weten: een vervangen band kan ervoor zorgen dat de auto niet meer uitgebalanceerd is. Je auto trilt dan, wat knap vervelend is. Ook slijten je banden veel sneller en slijt je wielophanging. Het beste is om alle 4 je wielen weer uit te laten balanceren en uit te laten lijnen.